21 feb 2020

Leuven brengt als eerste Vlaamse stad haar dak- en thuislozen in kaart

Samen met alle partners op het terrein wil de stad Leuven de strijd tegen dak- en thuisloosheid naar een hoger niveau tillen. Op dit moment zijn er in Vlaanderen geen betrouwbare cijfers beschikbaar over dak- en thuisloosheid. Omdat betrouwbare data de basis vormen voor een effectief beleid, gaf stad Leuven aan LUCAS-KU Leuven de opdracht een telling te organiseren om zo het aantal dak- en thuislozen in Leuven in kaart te brengen. Een primeur, want Leuven is de eerste stad in Vlaanderen die ‘telt’. Op die manier wil de stad met het toekomstige beleid echt een verschil maken.

Telling zal richting geven aan toekomstig beleid

"Leuven is de eerste stad in Vlaanderen die het aantal dak- en thuislozen in kaart brengt. Op basis van de resultaten zullen we onze aanpak nog beter kunnen afstemmen op de noden." - Lies Corneillie

Duidelijke kennis van de omvang en aard van het probleem is een belangrijke stap in het zoeken naar de juiste oplossingen in de strijd tegen dak- en thuisloosheid. Daarom nam de stad Leuven het initiatief voor een telling van het aantal dak- en thuislozen, in samenwerking met verschillende partners. Schepen van wonen Lies Corneillie en schepen van zorg en welzijn Bieke Verlinden benadrukken dat preventie het zwaartepunt in een beleid rond dak- en thuisloosheid is: "We willen uiteraard in de eerste plaats dak- en thuisloosheid voorkomen door mensen toe te leiden naar duurzame woonoplossingen en intensieve woonbegeleiding aan te bieden. Nu al leveren vele organisaties op het terrein hier straf werk. Maar we merken dat er nog hiaten zijn. We kijken uit naar de resultaten van de telling, die ons zicht zullen geven op de groep van dak- en thuislozen in onze stad. Op basis van deze resultaten gaan we in de toekomst onze aanpak van dak- en thuisloosheid nog verbeteren, o.a. met het op te richten Woonpunt en via woonbegeleiding." De stad wil de telling iedere twee jaar herhalen, om zo een structureel beleid uit te werken in de strijd tegen dak- en thuisloosheid.

Thuisloosheid meten is een vak apart

Voor de telling gaat de stad Leuven in zee met LUCAS-KU Leuven. Deze onderzoeksgroep was partner in MEHOBEL, een studie waarin onderzoekers uit de drie landsdelen samen zochten naar een goede strategie om dak- en thuisloosheid te meten. Volgens Koen Hermans (LUCAS-KU Leuven) komt bij dat meten heel wat kijken: "Vooraleer je kan gaan tellen, moet je eerst goed weten wat je juist in kaart wil brengen, wie je daarbij kan helpen, hoe je dubbele tellingen kan vermijden … In de MEHOBEL-studie leerden we uit verschillende lokale en regionale praktijken en gingen we ook in het buitenland op zoek naar inspirerende voorbeelden. Al die kennis verwerkten we in het draaiboek voor Leuven."

De vele gezichten van thuisloosheid

De stad wil niet alleen weten hoeveel personen er dak- of thuisloos zijn in Leuven, maar ook wie deze personen zijn. Gaat het om alleenstaanden, gezinnen, jongeren …? Hoe komen mensen in deze situatie terecht? Wanneer we weten hoe groot deze groep is en om wie het gaat, kan de stad een beter beleid voeren. Daarom hanteert de Leuvense telling een ruime definitie van dak- en thuisloosheid, gebaseerd op de typologie ETHOS light. Volgens de Europese Federatie van Organisaties die met Daklozen werken (FEANTSA) kent dak- en thuisloosheid namelijk vele gezichten. Die willen we allemaal in beeld krijgen. Enkel zo wordt het mogelijk om een gelaagd en afgestemd beleid te voeren.

"Het archetype van de clochard, die op een bank slaapt, die zie je niet zo veel in Leuven. Ik merk bij onze cliënten veel meer verborgen thuisloosheid: gezinnen die bij kennissen logeren omdat ze geen studio kunnen betalen, jongeren die in een leegstaand pand de nacht doorbrengen …", aldus Dirk Wijnants, OCMW Leuven. De telling kijkt dus niet alleen naar mensen die op straat leven, maar ook naar mensen in noodopvang, personen die een instelling verlaten zonder woonoplossing, mensen die in een onconventionele ruimte verblijven zoals een kraakpand, of bij vrienden of familie wonen door gebrek aan huisvesting. Die laatste twee groepen noemen we verborgen dakloosheid.

Meer dan dertig Leuvense organisaties tellen vandaag mee

Om een volledig beeld te krijgen van wie in Leuven dak- of thuisloos is, is de medewerking van vele diensten en organisaties nodig. Zij werden allemaal uitgenodigd op informatiesessies. De bemerkingen en suggesties van de deelnemers werden verwerkt in het draaiboek voor de telling, dat zo nog meer kon aansluiten bij de Leuvense realiteit. De bereidheid om mee te werken was enorm: meer dan dertig Leuvense organisaties zetten mee de schouders onder het project. Hulpverleners, buurtwerk, OCMW, politie, NMBS …

Alle organisaties 'tellen' met een beknopte vragenlijst. Zo brengt elke partner de nachtelijke verblijfssituatie van dak- en thuisloze personen binnen zijn eigen netwerk in kaart. Daarbij is er een duidelijk systeem uitgewerkt om dubbele tellingen te verwijderen en om de privacy van alle betrokkenen maximaal te garanderen. De onderzoekers zullen de komende periode de ingevulde vragenlijsten verwerken. De resultaten van de telling worden in het voorjaar bekend gemaakt.