26 jul 2018

Laat ouderen in een woonzorgcentrum mee participeren

Groen wil dat we ouderen die in een woonzorgcentrum verblijven veel meer dan nu de kans geven om mee te participeren in het beheer van het centrum. Goede voorbeelden uit het buitenland kunnen ons daarbij inspireren.

Het is belangrijk dat woonzorgvoorzieningen mee evolueren met de tijd en met hun publiek. De ouderen van vandaag en morgen willen zoveel mogelijk zelf hun leven in handen nemen en houden, ook als ze zorg nodig hebben. In het verleden was er in woonzorgcentra minder aandacht voor de individuele verschillen tussen bewoners en werd er enkel een totaalpakket aangeboden, waarbij er soms nogal snel ‘in de plaats van’ werd gedacht. Dat begint gelukkig steeds meer te veranderen. Het is belangrijk dat we in die richting verder gaan en ouderen die in een woonzorgcentrum of assistentiewoning verblijven niet langer gaan zien als enkel ‘gebruikers’ maar ook steeds meer als medebeheerders.

In een aantal woonzorgcentra in ons land wordt momenteel geëxperimenteerd met het zogenaamde Tubbemodel, dat uit Zweden komt. In dat model kunnen ouderen actief mee participeren aan de organisatie en het beheer van de plek waar ze wonen. (In Vlaanderen gaat het om woonzorgcentrum Floordam in Melsbroek en Open Kring vzw in Ardooie.) De pilootprojecten laten zich op verschillende manieren inspireren door dit model om hun manier van werken aan te passen. Dat heeft te maken met de omgang met de bewoners, maar ook met de werking van het personeel.

Heidi Vanheusden (OCMW-raadslid, 19de plaats): “In de Leuvense woonzorgcentra zien we al een positieve ontwikkeling in de richting van een eigentijdse zorg, op maat van wie vandaag en morgen oud wordt. Maar we zijn ervan overtuigd dat we stappen verder moeten zetten om van participatie en medebeheer door ouderen de norm te maken. We denken dat het Zweedse voorbeeld en de ervaringen met dat model in enkele centra in ons land erg inspirerend kunnen zijn voor Leuven.”

De ervaringen in Zweden zijn positief. Ouderen hebben meer het gevoel dat hun woonzorgcentrum ook hun eigen thuis is. Onder meer via thematische werkgroepen kunnen de bewoners mee bijdragen aan een warmere en meer menselijke omgeving. De tevredenheid bij de bewoners is hoog. De personeelsleden zijn in voldoende aantal, leven samen met de groep ouderen en zijn er verantwoordelijk voor alles, van poetsen over zorg tot activiteiten als ergo- en kinesitherapie.

Essentieel in deze benadering is een evolutie van een vraaggerichte naar een relatiegerichte samenwerking. Het gaat niet enkel meer om functies en diensten die je aanbiedt, maar om hoe je samen kunt komen tot een vorm van samenleven die bijdraagt tot een zinvol bestaan voor een bewoner van een woonzorgcentrum, waar het elke dag een plezier om te werken mag zijn voor medewerkers en waar bewoners en families betrokken en tevreden zijn. De eerste ervaringen in de Belgische pilootprojecten zijn ondertussen ook positief. Het zou goed zijn ook in de opleiding voor zorgkundigen voldoende aandacht te besteden aan een dergelijke manier van werken.

Ann Li (6de plaats): “Wij stellen voor dat Zorg Leuven de volgende jaren vanuit de filosofie van dit model een traject voorbereidt om dit principe stap voor stap te integreren in de zorgvoorzieningen.”

Heidi Vanheusden en Ann Li