23 jan 2018

Overheid moet beter greep krijgen op precaire kamermarkt

Groen wil een actiever beleid van de lokale overheid om de druk op het onderste segment van de woningmarkt te verminderen. We mogen de meest kwetsbare mensen niet overlaten aan huisjesmelkers. De eerste stappen zijn gezet, het is goed om nu al na te denken over de volgende. Wonen in Leuven blijft erg duur. Voor heel wat mensen met een lager inkomen wordt het steeds moeilijker om nog een woonplek te vinden op de huurmarkt. Mensen worden als het ware naar beneden geduwd, wat betekent dat ze in het zogenaamde grijze wooncircuit (*) terechtkomen. Dat bleek ook al uit een advies van de Woonraad en onderzoek van de Huurdersbond, zoals we in een al stelden.

Recent is Leuven actiever beginnen optreden tegen huisjesmelkers, onder meer om de vluchtelingen die zich in Leuven willen vestigen beter te beschermen. Dat is goed nieuws. We zijn blij dat de stad de grote huisjesmelkers forser wil aanpakken. We hopen dat via juridische weg al een en ander in beweging komt. Tegelijk denken we dat we ook moeten nadenken over volgende stappen, die hopelijk een meer structurele oplossing kunnen bieden.

An Moerenhout (Vlaams parlementslid): "Het gaat hier om een structureel probleem dat zich in de verschillende steden voordoet. Net als de Woonraad hebben we de indruk dat we veel te weinig weten over de reële omvang van het probleem. Veldwerkers signaleren wel overal hetzelfde. Mensen die het moeilijk hebben worden weggeduwd naar de slechtste kamers, beheerd door vaak malafide huisjesmelkers. In Leuven zijn er de voorbije jaren veel studentenkamers bij gebouwd, wat op zich voor het geheel van de woningmarkt een goede zaak is. Maar door de hoge woningprijzen en het te kleine aantal sociale woningen kunnen kwetsbare mensen, waaronder veel recent gearriveerde vluchtelingen, alleen nog maar terecht in de slechte kamers die overblijven. De stad voert wel controles uit op die kamers en zet nu ook sterkere middelen in, via juridische weg. Dat is al heel goed, maar mogelijk onvoldoende om echt een verschil te maken. We moeten manieren zoeken om met de stad zelf meer greep te krijgen op de kamermarkt zodat we die mensen beter kunnen beschermen."

David Dessers (gemeenteraadslid): "Het is tijd dat we nadenken over de volgende stappen en nieuwe paden verkennen om een grotere publieke controle te krijgen op met name het onderste segment van de woningmarkt. We stellen enkele maatregelen voor:

  • Aanbod kamers in publieke eigendom of controle. De stad kan zelf een deel kamers in eigendom nemen, waarbij dan het OCMW (later ingekanteld in de stad) de woonbegeleiding kan doen. Dat kan door het opkopen van woningen waar nu kamers zijn of het (tijdelijk) voorzien van kamers in grotere gebouwen die (gedeeltelijk) leegstaan. Men kan daartoe ook werken via AGSL of een stedelijk huurkantoor (gekoppeld aan AGSL).
  • Noodoplossingen. Parallel dient men projecten te overwegen waarbij men relatief snel, mogelijk via modulaire bouw, een aantal kamers/kleine woningen kan voorzien.
  • Actief kamers zoeken. Hopelijk kunnen we zo meer particulieren (bv. mensen met een groot huis waarin enkele kamers niet gebruikt worden) overtuigen van het ter beschikking stellen van kamers. Het Sociaal Verhuurkantoor (SVK) kan die dan beheren.
  • Grotere actoren inschakelen. De stad kan samen met grotere spelers zoals de universiteit bekijken of er kansen zijn om een pakket kamers ter beschikking te stellen, te beheren door de stad.
  • Studie grijze circuit. Zo'n studie is dringend nodig en kan de kamermarkt goed in beeld brengen: wie komt er terecht, wie controleert die kamers, hoeveel eigenaars hebben hoeveel kamers in eigendom en controleren zo de markt, hoe acuut zijn de noden?

Dit zijn suggesties voor een actieplan - volgend op de goede maatregelen die nu al zijn genomen - dat de verschillende instanties in Leuven (stad, OCMW, AGSL, huisvestingsmaatschappijen) samen zouden moeten opmaken in overleg met de betrokken organisaties op het terrein."

 

David Dessers en An Moerenhout

 

*  Noot: In het advies van de Vlaamse Woonraad wordt als een omschrijving van het grijze of marginale wooncircuit verwezen naar volgende omschrijving: marginale woonvormen zoals bewoonde caravans, gemeubelde kamers, huisjesmelkerij, krakers, en dak- en thuisloosheid, ?