Arizona duwt gezinnen dieper in de armoede. OCMW’s raken uitgeput

05 Maart 2026

Arizona duwt gezinnen dieper in de armoede. OCMW’s raken uitgeput

"Hoewel de Arizona-partijen het beeld ophangen dat je een leefloon moet verdienen, zegt de grondwet iets anders. Artikel 23 garandeert het recht op een menswaardig leven, met recht op sociale bescherming, huisvesting, arbeid en gezinsbijslagen. Die rechten worden vandaag één voor één uitgehold." - Lies Corneillie

De voorbije jaren kregen OCMW’s heel wat te verwerken. De opeenvolgende pandemie, energiecrisis en opvang van Oekraïense vluchtelingen deden het aantal hulpvragen stijgen. Met de beslissing van de federale regering om werkloosheidsuitkeringen in de tijd te beperken, zullen opnieuw meer mensen voor hulp komen aankloppen bij het OCMW. Alsof dat nog niet volstaat, sluimeren er bijkomende beleidsbeslissingen die vooralsnog weinig publieke aandacht krijgen, maar opnieuw een enorme impact hebben op OCMW’s, en bovenal op kwetsbare gezinnen. De menselijkheid is zoek. De armoede stijgt, met dank aan Arizona.

Dit jaar verliezen in totaal 184.000 mensen hun werkloosheidsuitkering. Voor veel gezinnen betekent dit een plotse inkomensdaling die hen dwingt beroep te doen op het leefloon, omdat er geen alternatieven zijn aangepast aan hun concrete situatie van bijvoorbeeld ziekte of beperking. De eerste groep klopte al aan bij de OCMW’s. Vanaf 1 maart volgt een tweede, nog grotere, groep. En amper een maand later, op 1 april, staat opnieuw een nieuwe groep voor de deur.

Het is niet alleen de beperking van de werkloosheidsuitkering die het werk van de OCMW’s bemoeilijkt. Op 1 maart treedt ook een nieuwe federale omzendbrief in werking die de regels verandert voor de berekening van bestaansmiddelen van 'samenwonende onderhoudsplichtigen'. In de woorden van minister Van Bossuyt (N-VA) gaat het om het aanpakken van "cumuls aan leeflonen binnen een gezin". Samen met minister Vandenbroucke (Vooruit) maakt ze hiermee "eindelijk een einde aan excessen" en sluit ze "de achterpoortjes". Want, zo klinkt het, "het kan niet dat mensen die niet werken beter af zijn dan zij die elke dag hun best doen."

Wat verandert er precies? Wanneer iemand bij het OCMW een leefloon aanvraagt, moet het OCMW voortaan verplicht rekening houden met de inkomsten van alle meerderjarige onderhoudsplichtigen in het huishouden (lees: (schoon)kinderen, (groot)ouders, …) én met het groeipakket. Dat groeipakket, bedoeld om gezinnen te ondersteunen bij de opvoedingskosten van kinderen, wordt zo herleid tot een 'extra inkomen' dat nu tegen gezinnen wordt gebruikt. Ouders van meerderjarige studerende kinderen zien het leefloon dalen omdat het groeipakket plots als gezinsinkomen geldt. Resultaat: deze kinderen krijgen minder kansen op een diploma en om uit de armoede te geraken. 

De praktijk: lagere inkomens, hogere armoedecijfers

De framing van de Arizonaregeringen met N-VA, Vooruit en CD&V is dat het "gedaan moet zijn met profiteurs die leeflonen en extraatjes opstrijken". Wij stellen vast dat die framing mijlenver staat van de dagelijkse realiteit we zien: gezinnen die elke dag vechten om te overleven. Sowieso ligt het leefloon al onder de armoedegrens, en volstaat het voor veel alleenstaanden en gezinnen helemaal niet voor een menswaardig leven. Het leefloon van een alleenstaande ligt op 1.314 euro per maand, 'dé armoedegrens' ligt in België op 1.594 euro.

Het OCMW van Leuven vertrekt vanuit de realiteit van een gezin: de echte inkomsten, de echte uitgaven, de echte noden. We geven waar het nodig is een extra bovenop het leefloon op basis van de wetenschappelijk onderbouwde REMI-tool (Referentiebudgetten voor Maatschappelijke Integratie), een 'armoedegrens die rekening houdt met deze realiteit in een specifieke gezinssituatie'. Afhankelijk van de individuele situatie worden die ‘referentiebudgetten aangepast: de huishuur, kosten voor water en energie...

Dat doen we sinds kort met eigen middelen, want de federale projectsubsidie voor deze aanpak op maat werd intussen ook al geschrapt. Heel wat gemeenten gebruiken net als Leuven deze manier om een leefloon bij te passen aan de specifieke noden van gezinnen in armoede, maar het staat in de sterren geschreven dat deze REMI-tool steeds minder zal gebruikt worden.

Hoewel het huidige kader al ontoereikend is, wordt de ondersteuning dus steeds verder afgebouwd. De federale maatregel die men verkoopt als ‘eerlijk beleid’ treft bepaalde gezinnen dus bijzonder hard. Wij houden ons hart vast voor de Arizona-partijen aanrichten: toenemende armoede, slechtere  woonsituaties, en vooral grote stress en families onder hoogspanning.

Menswaardig leven is een grondrecht, geen gunst

Hoewel de Arizona-partijen het beeld ophangen dat je een leefloon moet verdienen, zegt de grondwet iets anders. Artikel 23 garandeert het recht op een menswaardig leven, met recht op sociale bescherming, huisvesting, arbeid en gezinsbijslagen. Die rechten worden vandaag één voor één uitgehold.

Als schepenen en voorzitters van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst van het OCMW hebben wij in tegenstelling tot de federale ministers geen gehoorzaamheid gezworen aan de Grondwet. Maar die grondrechten vormen wél het kompas voor ons lokaal beleid. Menselijkheid staat centraal, en daar heeft elke Belg recht op. Het is geen keuze voor een lokaal bestuur, maar een plicht voor elke overheid.

Lies Corneillie, schepen en voorzitter Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst (BCSD) voor Groen in Leuven en andere BCSD-voorzitters van Groen: Nadia Saouti (Mortsel), Finke Jacobs (Asse), Isaura Calsyn (Eeklo), Greet Van Moer (Sint-Gillis-Waas), Rina Rabau Nkandu (Mechelen).